Scheibe-orgel Paulinerkirche te Leipzig

Leipzig, Paulinerkirche (Universitätskirche) - Scheibe-orgel 1717


Historische gegevens


Bouwer

Johann Scheibe


Jaar van oplevering

1717


1528 nieuwbouw II/P/15 door onbekende bouwer in midden van zuidwand

1626-1627 renovatie door J. Ibach, daarna door H. Compenius en E. Compenius

1711 nieuwbouw door J. Scheibe, met gebruikmaking van oude delen uit het voormalige orgel

1717 oplevering van Scheibe-orgel

18de en 19de eeuw diverse renovaties

1841-1844 nieuwbouw III/P/56 door J.G. Mende


Technische gegevens

Werkindeling: Hauptwerk, Hinterwerk (Echo), Brustwerk, Pedal


Dispositie

Hauptwerk (II)

14 stemmen


Groß-Principal 16'

Groß Quinta-Tön 16'

Klein Principal 8'

Fleute Allemande 8'

Gems-Horn 8'

Octav 4'

Quinta 3'

Quint-Nasat 3'

Octavina 2'

Wald-Flöte 2'

Große Mixtur V-VI

Cornetti III

Zinck II

Schalmei (Holz) 8'


Hinterwerk (Echo) (I)

13 stemmen


Lieblich getackt 8'

Quinta-Tön 8'

Fleute douce 8'

Principal 4'

Quinta decima 4'

Decima nona 3'

Holl-Flöte 2'

Viola 2'

Vigesima nona 1½'

Weit-Pfeiffe 1'

Mixtur IV

Helle Cymbel II

Sertin 8'


Brustwerk (III)

12 stemmen


Principal 8' von reinem Berg-Zinn im Gesichte

Viol di Gamb naturell 8'

Grob getackt 8'

Octav 4'

Rohr-Flöte 4'

Nassat 3'

Octav 2'

Sedecima 1'

Schweitzer-Pfeiffe 1'

Largo [Larigot] 1 1/3'

Mixtur III

Helle Cymbel II


Pedal

9 stemmen en 6 transmissies


Groß-Principal-Bass 16' (t)

Groß Quinta-Tön-Bass 16' (t)

Sub-Bass 16'

Octav-Bass 8' (t)

Jubal-Baß 8'

Groß-hell Quint-Baß 6'

Octav-Bass 4' (t)

Nacht-Horn-Baß 8'

Quint-Bass 3' (t)

Octav-Baß 2'

Holl-Flöten-bass 1'

Mixtur-Bass V-VI (t)

Mixtur-Bass VI

Posaunen-Bass 16'

Trompeten-Bass 8'


(t) = transmissie


Werktuiglijke registers

Tremulant

Zimbelstern


Ventile zu jedem Werk

Calcanten-Glocke


Manuaalomvang

CD-?

Pedaalomvang

CD-c1


Windvoorziening

6 balgen


Bijzonderheden

  • 1710 contact met G. Silbermann over nieuwbouw, zonder succes
  • Groß-Principal 16' (Hauptwerk) von reinem Berg-Zinn im Gesichte
  • Lieblich getackt 8' (Hinterwerk) von Holz
  • Hinterwerk, Sertin 8' 'gedeckte Zungenstimme, scharf intoniert'
  • Scheibe-orgel 1717 is op dat moment grootste instrument in keurvorstendom Saksen

. Paulinerkirche zu Leipzig, 1717

Het is volgens de overlevering voor het eerst dat Johann Sebastian Bach met orgelbouwer Scheibe te maken krijgt. Vijf jaar later, wanneer Bach werkzaam is in Leipzig, komt hij regelmatig in aanraking met Scheibe, die zich sinds 1705 Universitäts-Orgelmacher van de stad Leipzig mocht noemen. In 1706 nodigt de rector van de Leipziger universiteit Bach uit om het orgel van de Universitätskirche te keuren. Toezicht op het orgelbouwproject had Daniel Vetter, organist van de Nicolaikirche, die naar aanleiding van de keuring in een brief aangeeft dat Bach het orgel niet genoeg roemen en prijzen kon, met name de registers, die nieuw zijn vervaardigd en in vele orgels niet te vinden zijn (Dok. I, nr. 87, blz. 166).

Het moet voor Scheibe geen makkelijke opgave geweest zijn om de nieuwbouw van een orgel, met delen en pijpwerk uit het voormalige orgel, voor de Paulinerkirche goed te kunnen verwezelijken. Gottfried Silbermann had een jaar eerder een ontwerp ingediend maar weigerde de oude materialen, die volgens zijn inzicht van zeer slechte kwaliteit waren, te gebruiken hetgeen resulteerde in een afwijzing van zijn projectvoorstel. 

Voor de gebreken die het orgel bij oplevering had suggereerde Bach niet alleen voorzieningen 'om plotselinge uitval van winddruk te voorkomen'; maar ook maatregelingen 'met betrekking tot onevenwichtigheid in stemming' zodat de laagste pijpen van een aantal registers 'niet zo grof en luidruchtig zullen klinken, maar eerder een heldere en gelijkmatige toon zullen produceren en deze laten voortgaan.' Daarnaast gaf hij aan welke aanpassingen nodig waren zodat de toetsdruk lichter zou worden en de toets niet te diep ingedrukt hoefde te worden. Bovendien gaf hij, om verdere schade door weersinvloeden te voorkomen, advies om het raam dat zich achter het orgel bevindt af te schermen middels een muurtje of door een ijzeren plaat.

Ook blijkt uit het keuringsrapport dat de gehele structuur van het orgel min of meer de schuld is van de tekortkomingen. Tevens geeft hij aan dat het moeilijk zal zijn om elk onderdeel van het instrument te bereiken en toont hij mededogen met Scheibe, aan wie 'geen extra ruimte was gegeven waarom hij had gevraagd waardoor de constructie gemakkelijker op te stellen zou zijn.'

Bijzonder aan het Scheibe-orgel is het disponeren van een aantal zachte stemmen op het Hinterwerk: Lieblich getackt 8', Fleute douce 8' en Sertin 8'.

De stem Lieblich getackt, te vergelijken met Still Gedackt, kende Bach inmiddels vanuit de concertante muziek-praktijk in Thüringen en Saksen. Jaren later zal orgelbouwer Trost dit register ook disponeren in de Schloßkirche te Altenburg.

Het prestantenkoor heeft een omvang van 16' tot 1'. Dit is ook te zien bij het Fincke-orgel van de Johanniskirche te Gera. De orgels die Scheibe bouwde voor de Johanniskirche te Leipzig en de Kirche St. Nicolai te Zschortau hebben een omvang van 8' tot 1'.

Het fluitenkoor heeft in het pedaal een omvang tot 1' hoogte.

De dispositie kenmerkt zich door het plaatsen van diverse soorten fluitstemmen waarvan Fleute Allemande 8', Wald-Flöte 2', Holl-Flöte 2', Weit-Pfeiffe 1' en Schweitzer-Pfeiffe 1'. Opvallend is een Holl-Flöten-Bass 1' in het pedaal. In het Wender-orgel van de Kirche Divi Blasii te Mühlhausen en het Contius-orgel van de Marktkirche Unser lieben Frauen te Halle is ook een 1'-fluit gedisponeerd (resp. Röhrflöte en Waldflöte).

De Gems-horn 8', die in het Wender-orgel van de Kirche Divi Blasii te Mühlhausen plaatst moest maken voor een Gamba 8', is een register dat regelmatig terug te zien is bij door Bach gekeurde orgels, zo ook in de Paulinerkirche.

Naast het disponeren van de gebruikelijke Viol di Gamb[a] 8' plaatst Scheibe een Viola 2' in het Hinterwerk. Het disponeren van deze strijkstem op 2'-hoogte is uniek te noemen.

Bijzonder is het plaatsen van quintregisters in diverse mensurering (Quinta 3', Quint-Nassat 3', Decima nona 3', Nassat 3' en Larigot 1 1/3'). De in de Midden-Duitse 18de eeuwse orgelbouw veel voorkomende Sesquialtera is alleen vanaf het Hauptwerk te bespelen (Zinck II), tertsregisters ontbreken. 

Het plaatsen van een Helle Cymbel II naast een Mixtur is bij andere orgels die door Bach zijn geadviseerd of gekeurd ook waarneembaar (bij het Wender-orgel in de Neue Kirchete Arnstadt, het Contius-orgel van de Marktkirche Unser lieben Frauen te Halle, het Stertzing-orgel van de Augustinerkirche te Erfurt en het Hildebrandt-orgel van de Jacobikirche te Sangerhausen). In het dispositie-ontwerp van Bach voor het orgel van de Marienkirche te Berka is deze combinatie ook te zien. 

Het orgel heeft bijzonder weinig tongwerken. De in barokke orgelbouw vaak voorkomende Trompete 8' op het Hauptwerk maakt plaats voor een Schalmei 8'. Dit linguaal is ook gedisponeerd op het Wender-orgel in de Kirche Divi Blasii te Mühlhausen op het toegevoegde Brustwerk. In het Contius-orgel van de Marktkirche Unser lieben Frauen te Halle is een Schalmey 4' in het pedaal gedisponeerd. Op andere instrumenten van Scheibe is geen Schalmei 8' gedisponeerd. Het is mogelijk dat Bach invloed gehad heeft op het plaatsen van deze Schalmei 8'.

Het linguaal Sertin 8' is opvallend en weinig geplaatst op Midden-Duitse barok-orgels. 

Het pedaal bezit een groot  aantal 16'-registers. De pedaalstemmen, met daarbij zelfs een Groß-hell Quint-Baß 6', moeten voor een uitstekende Gravität hebben gezorgd.

Met de bouw van pedaaltransmissies bewandelt Scheibe bijzondere en buitengewone wegen. Terwijl Andreas Werckmeister het gebruik van transmissies afwijst, rapporteert Jakob Adlung in diverse passages van zijn geschriften over een speciale 'Absonderung zur Ersparung des Raumes und der Unkosten'. Het gaat bij Scheibe niet om een nieuwe uitvinding, de transmissies komen al sinds 1500 in de duitse orgelbouw voor (bij Friedrich Stellwagen maar ook bijv. in de Oostenrijkse orgelbouw). Bach was bekend met pedaaltransmissies, in de Michaeliskirche te Lüneburg had het Dropa-orgel uit 1701 ook 5 pedaaltransmissies. In tegenstelling tot het zelfstandige pedaal dat bij de Noord-Duitse orgelst te zien is hebben de Midden-Duitse instrumenten merendeels geen uitgbreid zelfstandig pedaal. De pedaaltransmissies geven het orgel een breder inzetbaar basklavier en versterken de klank. Bovendien is er qua registratiekunst meer mogelijk.

Het orgel van Scheibe bezit 5 pedaaltransmissies, afkomstig van het Hauptwerk. Bach komt transmissies ook tegen bij het Fincke-orgel van de Johanniskirche te Gera en het Trost-orgel in de Schloßkirche te Altenburg.