Neue Kirche Arnstadt - Wender-orgel


Op 13 juli 1703 reist de 18-jarige Johann Sebastian Bach op bevel van het 'gräflichen Konsistorium aus Weimar' naar Arnstadt om het nieuwgebouwde orgel van Johann Friedrich Wender in de Neue Kirche te keuren. Het instrument geeft een goed beeld van de Thüringse orgelnieuwbouw rond 1700. Van 1703 tot 1707 was Bach als organist verbonden aan de Neue Kirche. 

Het orgel dat Johann Friedrich Wender bouwde voor de Neue Kirche te Arnstadt kenmerkt zich door specifieke, vaak in de 18de eeuw voorkomende Thüringer aspecten zoals de stemmen Quintadehna 8', Viola di Gamba 8', Trompete 8', Sesquialtera II, Sub Bas 16', Principal 8' en Posaunen Bass 16', een tremulant en een cimbelster.

In het Oberwerk disponeerde Wender een Gemshorn 8', een register dat kennelijk bij Bach in de smaak viel, zo blijkt later uit Bachs dispositie-ontwerp voor de orgelnieuwbouw voor de Marienkirche te Berka. Daarnaast plaatste Wender in het Oberwerk een Offene Quinta 6'. Daar Wender in zijn gebouwde instrumenten niet of nauwelijks een Gemshorn 8' disponeerde en geen Quint 6' is het opmerkelijk dat beide registers wel gedisponeerd zijn in Arnstadt.

In het Brustwerk was een Still Gedackt 8' gedisponeerd die in de concertante muziek uitstekend harmonieert. Verder plaatste Wender een Spitzflöte 4', een stem die hij vaker opnam in zijn disposities. Ook is een Nachthorn 4' op het Brustwerk geplaatst. Wender disponeert deze cilindrische open en zeer wijde fluit met smal labium  niet op zijn overige orgels. Het register heeft een bijzonder lieflijk karakter en was bij Bach populair; immers, in zijn dispositie-ontwerp voor het orgel van de Marienkirche te Berka is deze stem ook opgenomen.

Het plaatsen van een Cymbel II, o.a. inzetbaar als kroon op de klank van de naastgelegen Mixtur IV, is door Wender in zijn instrumenten vaker gedaan. Dat de Cymbel-klank bij Bach goed in de smaak viel blijkt ook weer uit zijn ontwerp voor het nieuw te bouwen instrument van de Marienkirche te Berka; de vulstem is door hem gedisponeerd in het Hauptwerk.

In het pedaal plaatst Wender, zoals hij vaker doet, een Cornet 2', waarmee o.a. een cantus firmus voorgedragen kan worden. De praktische voordelen van dit tongwerk, dat door zijn 2'-hoogte tegelijk kostenbesparend was, zal Bach zeker in het kerkelijk orgelspel veel hebben gebruikt.  

De klavieromvang is voor de manualen CD t/m c3 en, opmerkelijk voor de orgelbouw uit de Bach-periode, van het Pedal CD t/m c1d1. Daar staat tegenover dat het Wender-orgel van de Brückenkirche te Mühlhausen een traditionele omvang van CD t/m c3 resp. c1 in manuaal en pedaal heeft. Van andere orgels van Wender is de omvang niet overgeleverd. 

De koortoon (a1 = 464 Hz bij 18°C, bepaald aan de hand van historisch pijpwerk) is in de Midden-Duitse orgelbouw, met uitzondering van de orgels in Dresden, gebruikelijk.

Wender nam, zoals uit overgeleverd pijpwerk blijkt, de nieuwe 'wohltemperierte' stemming over van Andreas Werckmeister, die de huidige evenredig zwevende stemming benaderde, waarbij het octaaf in twaalf gelijke halve tonen is verdeeld. In die stemming zijn alle toonsoorten bruikbaar, met behoud van hun eigen karakter. 


Arnstadt, Neue Kirche - Wender-orgel 1703

Dispositie


Oberwerk (II)

10 stemmen


Principal 8'

Viola di Gamba 8' (o)

Quintadehna 8' (o)

Grobgedacktes 8' (o)

Gemshorn 8' (o)

Offene Quinta 6'

Octava 4' (o)

Mixtur IV 2' (o)

Cymbel II [1'] (o)

Trompete 8'


Brustwerk/Positiv (I)

7 stemmen


Stillgedacktes 8' (o)

Principal 4'

Spitzflöte 4'

Nachthorn 4' (o)

Quinta 3'

Sesquialtera (dubbel)

Mixtur III [1'] (o)


Pedal

4 stemmen


Sub Baß 16'

Principal 8'

Posaunen Bass 16'

Cornet Bass 2'


(o) = register met meer dan 50% historisch materiaal


Speelhulpen:

Tremulant Oberwerk

Cymbelstern Oberwerk


Koppels:

Brustwerk-Oberwerk

Oberwerk-Pedal


Toonhoogte (1999):   koortoon (464 Hz bij 18°C, bepaald aan de hand van historisch pijpwerk)

Temperatuur (1999): ongelijkzwevend, bepaald door historisch register Gemshorn 8'


Manuaalomvang:  CD-c3

Pedaalomvang:     CD-c1d1


Windvoorziening (1999) 4 balgen (mechanische treden en elektrische motor)

Winddruk (1999) 72 mm WS voor alle werken


Bijzonderheden

  • van Principal 8' en Quinta 6' in Hauptwerk en Principal 4', Quinta 3' en Sesquialtera in Brustwerk zijn enkele pijpen van Wender overgeleverd
  • reconstructie van Subbas 16' naar Horsmar (Wender, 1694), Trompete 8' en Posaune 16' naar Lahm/Itzgrund (Herbst, 1728), Cornet Baß 2' naar Abbenrode (Contius, 1708)
  • geen historisch bestand