Contiusorgel Halle

Halle (Saale), Marktkirche Unser lieben Frauen oder Marienkirche - Contius-orgel


Historische gegevens

Bouwer Christoph Contius

Jaar van oplevering 1716

1712-1716 nieuwbouw door C. Contius

19de eeuw renovatie

1897 nieuwbouw door W. Rühlmann in historische kas

1984 nieuwbouw III/P/56 door A. Schuke, Orgelbau in historische kas

Bijzonderheden geen historisch bestand


Technische gegevens

Werkindeling Hauptwerk, Oberwerk, Brustwerk, Pedal


Dispositie

Hauptwerk (I)

16 stemmen


Principal 16'

Quintatön 16'

Oktave 8'

Rohrflöte 8'

Gemshorn 8'

Quinte 6'

Oktave 4'

Spitzflöte 4'

Quinte 3'

Superoktave 2'

Sifflöt 2'

Terz 13/5'

Mixtur VI

Cymbel III

Trompete 16'

Trompete 8'


Oberwerk (II)

16 stemmen


Bordun 16'

Principal 8'

Gedackt 8'

Violdigamba 8'

Oktave 4'

Blockflöte 4'

Querflöte 4'

Quinte 3'

Oktave 2'

Spitzflöte 2'

Waldflöte 1'

Terz 13/5'

Mixtur V

Cymbel III

Fagott 16'

Vox humana 8'


Brustwerk (III)

16 stemmen


Quintatön 8'

Gedackt 8'

Principal 4'

Flöte douce 4'

Nachthorn 4'

Quinte 3'

Nasat 3'

Oktave 2'

Waldflöte 2'

Spitzflöte 1'

Terz 13/5'

Mixtur IV

Cymbel II

Ranket 8'

Oboe 4'

Cymbelstern


Pedal

18 stemmen


Untersatz 32'

Principal 16'

Subbaß 16'

Oktave 8'

Gedackt 8'

Quinte 6'

Oktave 4'

Nachthorn 4'

Quinte 3'

Superoktave 2'

Waldflöte 1'

Mixtur VII

Cymbel IV

Posaune 32'

Posaune 16'

Trompete 8'

Schallmey 4'

Cornet 2'


Werktuiglijke registers

Tremulant Brustwerk*

2 Sterne

Laufende Sonne aus dem Oberwerk

Vogelgesang


*in rapport van Bach staan twee tremulanten


Koppels Copul (Volgens rapport)

Manuaalomvang CD-c3

Pedaalomvang CD-c1


Windvoorziening 10 balgen

Winddruk 32-33°


Vermoedelijk komt Johann Sebastian Bach in 1713 voor het eerst in zijn loopbaan als adviseur met orgelbouwer Christoph Contius, die zich had gevestigd in Halle vanwege zijn orgelbouwwerkzaamheden in de Marktkirche Unser lieben Frauen, in contact. Na de dood van organist en muziekdirecteur van de Marktkirche Friedrich Wilhelm Zachow - voormalig leraar van Händel - in augustus 1712, werd Johann Sebastian Bach op 13 december 1713 door het kerkbestuur gevraagd voor de functie van organist. Echter, in een brief in januari gaf Bach aan dat de definitieve beslissing moest worden uitgesteld omdat hij 'zijn daadwerkelijke ontslag' [in Weimar]nog niet had gekregen, maar ook omdat hij nog veranderingen wilde aanbrengen in zijn takenpakket en salariëring. Met het salaris dat Bach graag had werd niet akkoord gegaan waardoor Bach van de baan afzag. Het kan haast niet anders dan dat Zachow, die sinds 1684 organist was van de Marktkirche, zijn stempel heeft gedrukt op het ambitieuze orgelbouwproject van Contius; helaas heeft hij de contractuele ondertekening, die plaatsvond op 30 september 1712, niet meer meegemaakt daar hij zeven weken eerder overleden was. Volgens Wolff heeft Bach al sinds 1713 contacten gehad in Halle over de nieuwbouw van het instrument: 'Hoewel er van Bachs orgeladviezen in Halle geen echte bewijzen en verslagen bewaard zijn gebleven, moet zijn verblijf daar eind 1713 toch met dit orgelbouwproject te maken hebben gehad.' In hoeverre Bach zijn idealen op orgelbouwgebied heeft kunnen inbrengen is onduidelijk; desondanks gaat het hier om het meest prestigieuze project waar Bach als orgelbouwdeskundige bij betrokken is geweest. Zoals in de rapportage te zien is vond de keuring tezamen met Johann Kuhnau en Christian Friedrich Rolle plaats.

Het kolossale orgel heeft een prestantenkoor met een omvang van 16' tot 2'; een Octaaf 1' op het manuaal is door Contius niet geplaatst. Daar tegenover staat dat Contius in het manuaal en het pedaal het fluitenkoor tot 1'-hoogte uitbouwt. Het aantal fluitstemmen is niet heel divers, zoals bij de orgels in Thüringen vaak te zien was. Contius hield kennelijk van de Waldflöte en Spitzflöte, die in diverse voethoogten gedisponeerd zijn; in de St. Andreaskirche te Abbenrode disponeerde hij zelfs een Waldflöte ½' op het pedaal.

Het disponeren van een Querflöte 4' op het Oberwerk is het vermelden meer dan waard. Het register imiteert de Flöte traverso in het orkest. Het in hetzelfde jaar door Bach gekeurde orgel van Stertzing in de Augustinerkirche te Erfurt bezit zelfs twee Querflöten (in de vorm van een Flötentraversière). Christian Friedrich Wender bouwde  later een Queerflöte voor zijn orgel in de Marienkirche te Mühlhausen en Johann Scheibe, vermoedelijk op advies van Bach, in de Kirche St. Nicolai te Zschortau.

Dat bij het Wender-orgel van de Kirche Divi Blasii te Mühlhausen de Gemshorn 8' op het Hauptwerk moest wijken voor een Gamba 8' wil niet zeggen dat het register minder van belang is binnen de Midden-Duitse orgelbouw ten tijde van Bach. Bij Bachs dispositie-ontwerp voor het orgel van de Marienkirche te Berka staat eveneens een Gemshorn 8' genoteerd, reden genoeg om aan te nemen dat hij de klank van dit register aangenaam vond. Contius disponeerde een Gemshorn 8' op het Hauptwerk van het orgel van de Marktkirche Unser lieben Frauen te Halle. Bij de orgels die door Bach zijn gekeurd kwam het register ook al voor bij het Wender-orgel in de Neue Kirche te Arnstadt en, later, in het Fincke-orgel van de Johanniskirche te Gera.

Het Contius-orgel bezit geen samengestelde Sesquiltera maar dit register is op alle drie de manualen samen te stellen. Dat Bach van de diverse samenstellingsvormen van de Sesquialtera hield bleek uit de rapportage-gegevens bij de restauratie en nieuwbouw van zijn orgel voor de Kirche Divi Blasii te Mühlhausen.

Contius disponeerde op zijn orgels niet of nauwelijks strijkregisters. De enige strijkstem die hij heeft gedisponeerd (op het Oberwerk in de Marktkirche te Halle) is de in de mode geraakte Violdigamba 8'.

De combinatie Mixtur en Cymbel op één klavier, die eerder bij het door Bach gekeurde Wender-orgel in de Neue Kirche te Arnstadt, maar later ook in het Scheibe-orgel van de Paulinerkirche te Leipzig, het Hildebrandt-orgel van de Jacobikirche te Sangerhausen en het dispositie-ontwerp van Bach voor het orgel van de Marienkirche te Berka te zien is, wordt door Contius in zijn orgel in Halle op alle drie de klavieren toegepast. Contius plaatst geen Scharff. De Mixtur is van IV t/m VII sterk samengesteld, de Cymbel is van II t/m IV sterk. Op het éénklaviers orgel te Abbenrode disponeert Contius alleen een Mixtur IV.

De Oboe is in het Contius-orgel van de Marktkirche Unser lieben Frauen te Halle op 4'-basis gedisponeerd. Het register komt bij orgels die door Bach zijn gekeurd of geadviseerd niet voor, op de door Bach bespeelde orgels van Görlitz (Kirche St. Peter und Paul - Casparini, 1703) en Potsdam (Wagner, Garnisonkirche) komt deze linguaal wel voor.

Een Vox Humana 8' is ook gedisponeerd op de door Bach gekeurde orgels van Stertzing voor de Augustinerkirche te Erfurt, Fincke voor de Johanniskirche te Gera en Hildebrandt van de Stadtkirche St. Wenzel te Naumburg. Het linguaal komt over het algemeen niet vaak voor in de Midden-Duitse orgelbouw. 

Een Schalmey, door Bach gedisponeerd op 8'-basis in het Brustwerk van het Wender-orgel van de Kirche Divi Blasii te Mühlhausen, wordt in het Contius-orgel van de Marktkirche Unser lieben Frauen te Halle op 4'-basis geplaatst op het pedaal.

De Cornet 2' op het pedaal, hetgeen zich goed leent voor het spelen van een cantus firmus, komt bij het Contius-orgel in Abbenrode ook voor. Het linguaal komt al voor in het door Bach gekeurde  Wender-orgel van de Neue Kirche te Arnstadt en zal tien jaar later ook in het Fincke-orgel van de Johanniskirche te Gera geplaatst worden. 

Het disponeren van een pedaal-mixtuur is niet noemenswaardig; bij de grotere orgels van vader en zoon Wender te Mühlhausen (Kirche Divi Blasii en Marienkirche), het Scheibe-orgel van de Paulinerkirche te Leipzig, het Trost-orgel in de Schloßkirche te Altenburg en het Hildebrandt-orgel van de Stadtkirche St. Wenzel te Naumburg is ook een Mixtur in het pedaal gedisponeerd, iets dat orgelbouwers binnen de barokke Midden-Duitse orgelbouw vaker deden.

Voor het eerst is op de orgels die Bach keurde een Posaunenbass 32' aan de orde . De Posaunenbass 32' van Hauptkische St. Katarinen (Niehoff/Johannsen/Fritzsche-orgel 1552/1636) te Hamburg heeft, zoals bekend, grote indruk gemaakt op Bach en moet ongetwijfeld als inspiratiebron hebben gediend om de orgels waar hij als adviseur aan verbonden was meer Gravität te geven, al dan niet naast een Untersatz 32'. Het is niet bekend of Bach in zijn Lüneburger tijd, toen hij Hamburg bezocht, al kennis had gemaakt met de indrukwekkende Posaunenbass 32' van het orgel van de Katharinenkirche; de indrukwekkende klank van de Gross-Posaun 24' in de Marienkirche van Lübeck heeft hij zeker gekend. Dat Contius een Posaunenbass 32' disponeerde op het pedaal zal in die tijd een bijzondere gebeurtenis zijn geweest en leidde tot inspiratie bij andere orgelbouwers. Later is het register, mogelijk op aanbeveling van Bach, ook terug te zien in de door hem gekeurde orgels van Fincke van de Johanniskirche te Gera, Trost van de Schlosskirche te Altenburg,  C.F. Wender van de Marienkirche te Mühlhausen en Hildebrandt van Stadtkirche St. Wenzel te Naumburg.

Het disponeren van een Untersatz 32', die voor Gravität diende te zorgen, was inmiddels bij de grotere orgel in Midden-Duitsland een regelmatig voorkomende gebeurtenis. 

Het Contius-orgel bezit, ondanks zijn omvangrijke dispositie,  maar één strijker, nl. de Violdigamba 8' op het Brustwerk. Ondanks het feit dat het register als Salicional of Violonbaß met enige regelmaat voorkomt beperkt Contius zich in zijn immense orgel tot het plaatsen van meerdere vormen van fluitregisters op diverse voethoogten, het veelvuldig plaatsen van een Sesquialtera die in zeer diverse samenstellingen kan worden gebruikt, uitbouw op ieder werk van mixturenplenum met een Cymbel en het plaatsen van diverse tongwerken en is daarmee een synthese van de Noord en Midden-Duitse orgelbouw. Het werk van orgelbouwer Contius speelt daarmee een bijzondere rol binnen de orgels die door Bach zijn geadviseerd of gekeurd.

Werktuiglijke registers

Cymbelstern

Gezien de traditie van de Midden-Duitse orgelbouw in het algemeen en van de Thüringse orgelbouw in het bijzonder is bij de meeste orgels die Bach adviseerde of examineerde een cymbelster, al dan niet in de vorm van een Glockenaccord, geplaatst. In het Contius-orgel van de Marktkirche  zijn twee sterren en een Laufende Sonne op het Oberwerk geplaatst.

Dat Bach veel waarde hechtte aan een cymbelster blijkt uit het plaatsen daarvan in het Hildebrandt-orgel van de Stadtkirche St. Wenzel te Naumburg. Bij de orgelbouwstijl van Zacharias Hildebrandt en Gottfried Silbermann was het niet gebruikelijk een cymbelster te plaatsen.

Een Vogelsang komt, naast het Contius-orgel te Halle, ook voor bij het oude Wender- orgel in de Marienkirche te Mühlhausen.