Stertzing-orgels - analyse

Samenvatting


Dispositie


Prestantenopbouw


Tweeklaviers orgels

HW: 8'- 6' - 4' - 3' - 2' - (Ses. II of III) - Mix. - (Cym.)

BrP: 4' - (2') - (1 ½') - (Scharp) - (Ses. II) - (Mix.)

Ped: (16')- (8')


Drieklaviers orgels

HW: 8'- 6' - (4' )- 3' - 2' - (Ses. II of III) - Mix. - (Cym.)

MiW: 8' - 4' - 3' - 2' - 1½'- Ses. III - Mix.

UnW: 4'

Ped: 16'- 8'- 4'


Vierklaviers orgel

HW: 8'- 6' - 4' - 2' - Ses. III - Mix. - Cym.

BrW: 2' - Quint-Sexta II

OsW: 8'- 4'- 2'- Ses. III - Scharf

UsW: 4'- 2'- 1' Cym.

Ped: 16'- 8'- 4'- Mix.


Fluitregisters

De fluitregisters zijn voor gemiddeld 37% per orgel vertegenwoordigt. Stertzing maakt, naast het disponeren van de gebruikelijke Quintatön 16' en 8', gebruik van een Contrabaß 32', Untersatz 32', Subbaß 16', Barem 8', Flöte Travers 8', Gedackt 8', Gemshorn 8', Grobgedackt 8', Musikalisch gedackt 8', Rohrflöt 8', Flöte 4', Flöte dous (II) 4', Gedackt 4', Hohlflöte 4', Kleingedackt 4', Nachthorn 4', Röhrflöt 4', Spitsflöte 4', Blockflöte 2', Gemshornlein 2', Sifflette 2', Spitsflöte 2', Schweitserpfeiffe 2', Bauernflöte 1' en Röhrflöte 1'. Opmerkelijk is het disponeren van een Bauernflöte 1' (Eisenach en Udestedt) of Rohrflöte 1' (Erfurt) op het Pedal.


Strijkregisters

Stertzing disponeerde op al zijn orgels, zoals vele Midden-Duitse orgelbouwers uit zijn tijd deden, de Viola di Gamba 8', een strijkregister dat in de late barokperiode in de Midden-Duitse orgelbouw in opkomst raakt. Daarnaast voegt hij bij 80% van zijn werk een Violon 16' in het pedaal toe.


Lingualen

De lingualen zijn, evenals bij instrumenten van tijdgenoten in de Midden-Duitse orgelbouw, zeer beperkt aanwezig en bezetten gemiddeld 12% van de dispositie. Opvallend is het disponeren van een Regal 8' te Eisenach en een Cornetbaß 2' te Eisenach, Erfurt en Udestedt.


Aliquoten

Naast het disponeren van een Quint 6' en Quint 3' is de plaatsing van een Rohrnassat 6' (Jena) een opvallend element. In Eisenach maakt Stertzing gebruik van een divers aantal aliquoten: Hohlquint 3', Spitzquint 3', Rauschquint 1½ ' (Larigot in voetnoot). Op alle instrumenten is een Sesquialtera II of III gedisponeerd. In Eisenach is, naast twee Sesquialtera's II, eveneens een Quint-Sexta geplaatst. Een Cornet, welke Silbermann en Hildebrandt regelmatig disponeren, wordt niet opgenomen in de disposities van Stertzing maar is wel samen te stellen.


Mixturen

Op het Hauptwerk disponeert Stertzing merendeels een Mixtur en Cymbel. Op het nevenklavier plaatst hij een Mixtur, Cymbel of Scharp. In Eisenach is, naast Mixtur en Cymbel op het Hauptwerk, op het Oberseitenwerk geen Mixtur geplaatst maar een Scharf, op het Unterseitenwerk een Cymbel en op het pedaal een Mixtur.


Speelhulpen

Bij het orgel in de St. Petrikirche te Erfurt is geen Tremulant opgetekend; bij de overige disposities staan er één of meerdere tremulanten aangegeven. Opmerkelijk is de Tremulant in het Pedal te Eisenach. Ook plaatst Stertzing in Eisenach Cymbelsterren en een Glockenspiel 2' op het Pedal.


Koppels

In de optekening worden bij de Stertzing-orgels koppels niet altijd opgenomen, waardoor een beperkt beeld staat omtrent het plaatsen van hiervan. In Jena is er alleen sprake van een pedaalkoppel. In Eisenach is een koppel tussen Oberseitenwerk en Hauptwerk geplaatst, daarnaast een koppel van Oberwerk naar Pedal. In Erfurt is alleen een koppel tussen Hauptwerk en Pedal aangebracht. In Udestedt is sprake van een Koppel. Vermoedelijk gaat dit om een pedaalkoppel.

Transmissies

Stertzing maakte geen gebruik van transmissies.


Klavieromvang

Alleen bij de orgels van te Erfurt en Eisenach is een klavieromvang bekend. Opvallend is de plaatsing van Cis in manuaal en Pedal. De wijde omvang tot e3 in het manuaal en e1 in het

Pedal zijn eveneens opmerkelijk te noemen.