Johann Albrecht - orgel-analyse

Van Johann Albrecht, geboren in de tweede helft van de 17de eeuw, is nauwelijks iets bekend. Albrecht was werkzaam te Langewiesen en, vermoedelijk i.v.m. werkzaamheden aan het in 1665 gebouwde orgel van Matthias Tretzscher, te Coburg. Albrecht bouwde tezamen met zijn leerling J.S. Ehrhardt een orgel voor de Liebfrauenkirche te Langewiesen. Dit instrument is door J.S. Bach op 28 november 1706, 1ste advent, gekeurd. Een rapport van deze keuring is niet overgeleverd. Over de orgels die Albrecht, naast Langewiesen, heeft gebouwd is niets bekend. Albrecht stierf op 22 januari 1719 te Coburg.


Analyse van Albrecht-orgel 


Prestantenopbouw

HW: 8'- 4'- 3'- 2'- 1½'- Mix.

PO: 1½'- Mix.

Ped. 8'


Fluitregisters

Het orgel is voor 35% voorzien van fluitregisters welke, naast een Quintadena 16' en 8', bestaan uit Gedackt 8', Gemshorn 8', Spiel Flöte 4'.


Strijkregisters

Albrecht disponeerde, zoals vele Midden-Duitse orgelbouwers uit zijn tijd, de Viola di Gamba 8', een strijkregister dat in de late barokperiode in de Zuid- en Midden-Duitse orgelbouw in opkomst is. Daarnaast plaatst hij een Violonbaß 16' in het pedaal. Kamermuziekgerelateerde orgelwerken kunnen door deze strijkers stijlgetrouw worden uitgevoerd. 


Lingualen

De lingualen zijn, evenals bij diverse tijdgenoten van Albrecht in de Midden-Duitse orgelbouw, beperkt aanwezig en bezetten 5% van de dispositie. Het enige linguaal, Posaunen Baß 16', is geplaatst in het pedaal.


Aliquoten

Albrecht heeft in zijn dispositie een Quinta 3' en Quinta 1½' opgenomen. Hij heeft geen Nassat 3' gedisponeerd, zoals bij vakgenoten regelmatig te zien is . Van de tertsregisters is alleen een Tertia 1½' [?] in de dispositie verwerkt. Een Sesquialtera is samen te stellen. Een Cornett, door tijdgenoten als Silbermann en Hildebrandt regelmatig gedisponeerd, wordt niet opgenomen in het orgel van Albrecht.


Mixturen

Op beide manualen is een Mixtur gedisponeerd. Cymbel en Scharff worden niet opgenomen in de dispositie. De Mixturen zijn IV sterk en op 2'en 1' gebaseerd.


Koppels

Het orgel bezit een koppel van Positiv naar Hauptwerk.


Speelhulp of nevenregisters

Een Tremulant wordt niet vermeld. Van de Englische Schwebung is niet duidelijk wat bedoeld wordt, volgens Wolff is deze benaming afkomstig van Casparini. 1 Vermoedelijk gaat het om een langzaam werkende tremulant.

Het is niet ondenkbaar dat Albrecht in zijn orgelwerken een Cymbelstern heeft geplaatst; immers, het gebruik van een Cymbelstern behoort tot de Thüringse traditie.


Transmissies

Albrecht maakte geen gebruik van transmissies.


Klavieromvang

Zoals gebruikelijk bij Midden-Duitse orgels uit de 18de eeuw is de manuaalomvang C t/m c3 en de pedaalomvang C t/m c1.


Werkindeling

De werkindeling bestaat uit Hauptwerk, Positiv en Pedal.


Stemming en temperatuur

In de informatiebronnen komt stemming en temperatuur niet ter sprake. Vermoedelijk heeft het orgel van Albrecht, zoals vele orgels in Thüringen, gestaan in koortoon (a1 = 464 Hz) en een welgetempereerde temperatuur.