Vervolg Albrecht-orgel Langewiesen en analyse

Langewiesen, Liebenfrauenkirche - Albrecht-orgel 1706


Historische gegevens

Bouwer Johann Albrecht

Jaar van oplevering 1706

1706 nieuwbouw door J. Albrecht tezamen met J.S. Ehrhardt

1794-1795 renovatie door Gebrüder Wagner waarbij dispositie behouden is

1845 nieuwbouw II/P/18 door J.F. Schulze


Technische gegevens

Werkindeling

Hauptwerk, Positiv, Pedal


Dispositie

Hauptwerk (I)


9 stemmen

Quintadena 16'

Principal 8'

Gemshorn 8'

Violadigamba 8'

Octave 4'

Tertia 1½'[!]

Quinta 3'

Octave 2'

Mixtur 2' IV


Positiv (II)

6 stemmen


Quintaden 8'

Gedackt 8'

Spiel Flöte 4'

Quinta 1½'

Mixtur 1' IV

(Englische) Schwebung


Pedal

5 stemmen


Subbaß 16'

Violonbaß 16'

Principal Baß 8'

Hohlfloeten Baß 4'

Posaunen Baß 16'


Koppel

Positiv-Hauptwerk


Manuaalomvang

C-c3


Pedaalomvang

C-c1


Windvoorziening

4 balgen


Bijzonderheden Englische Schwebung onduidelijk, waarschijnlijk Principalschwebung naar voorbeeld van Casparini.


Geen historisch bestand


Analyse

Naast de gebruikelijk Prestanten in manuaal en pedaal, Quintadena 16' en 8', Violadigamba 8', Tertia 1½'[!], Quinta 3', Subbaß 16' en Posaunen Baß 16' in het pedaal is een Gemshorn 8' op het Hauptwerk geplaatst.

Een bijzondere pedaalstem is de Hohlflöte 4' waarvan volgens Jakob Adlung 'de korpus wijd en kort is en het labium smal, zodat een diepklinkende klank ontstaat.' Het register is ook opgenomen in Stertzings dispositie voor het orgel van de Georgenkirche te Eisenach, bij diens door Bach gekeurde orgel in de Augustinerkirche te Erfurt en het Contius-orgel van de Marktkirche Unser lieben Frauen te Halle.

Het door Johann Christoph Bach laten disponeren van de in opkomst zijnde Violonbaß 16' op het pedaal van het Stertzing-orgel van de Georgenkirche te Eisenach heeft bij Thüringse orgelbouwers als Albrecht, Schröter, Trost, Stertzing en Volckland, maar ook bij Hildebrandt tot navolging geleid. Het register is van onschatbare waarde voor de muziekpraktijk van die tijd, 'bestaat uit metaal of hout en imiteert op het orgel de bogenstrijk van een contrabasl. De corpussen zijn enggemensureerd zoals bij een principaal, de intonatie dient goed snijdend aan te spreken en na de aanspraak niet in zijn octaaf of quint turug te vallen,' (Adlung).

Johann Christian Wolfram beschrijft dit register als volgt: 'Eine der schönsten Pedalstimmen [...] er muß, wie die Gambe, enge mensuriert seyn, und einen streichenden Ton haben, ohne dabey in die Quinte oder Octave überzuspringen.'

Bij orgels, door Bach gekeurd, is een Violonbaß 16' later ook te zien bij het Stertzing-orgel van de Augustinerkirche te Erfurt, het Fincke-orgel van de Johanniskirche te Gera, het Trost-orgel in de Schloßkirche te Altenburg en het Hildebrandt-orgel van de Stadtkirche St. Wenzel te Naumburg.

Opmerkelijk is de omvang waarbij een Cis op manuaal en pedaal is toegevoegd. Deze manuaal en pedaalomvang is ook te zien bij orgels van Georg Christoph Stertzing in de Georgenkirche te Eisenach en van de Augustinerkirche te Erfurt; het plaatsen van een Cis is een novum voor die tijd.

Het Albrecht-orgel van de Liebfrauenkirche te Langewiesen behoort tot één van de modernste orgels uit de Bach-tijd.