Onderzoeksresultaten m.b.t. het Bach-orgel

Als we de onderzoeksresultaten m.b.t. de orgels die door Bach zijn gekeurd en de analyses van de  disposities - van de diverse orgelbouwers waar hij mee werkte - samenvatten, dan valt op dat de door Bach gekeurde orgels onder te verdelen zijn in 3 categorieën en de volgende kenmerken hebben:


1. Thüringer orgels

  • Het fluitenkoor is zeer divers samengesteld, gemiddeld 35% in bezetting aanwezig en klinkt lieflijk
  • De strijkregisters zijn divers aanwezig en klinken snijdend
  • De orgels hebben naast een Sesquialtera regelmatig een Nassat 3' opgenomen in hun dispositie; 1 bouwer heeft een Cornet geplaatst, bovendien klinken de tertsregisters mild
  • De tongwerken zijn beperkt aanwezig en klinken deels delicaat, deels Gravitätisch
  • Een aantal bouwers maken gebruik van pedaaltransmissies
  • De klavieren hebben een omvang van CD tot c3, het pedaal heeft een omvang van CD tot c1, d1, e1 of zelfs f1. Twee orgelbouwers breiden het Groot octaaf uit met Cis
  • De stemming en temperatuur is moeilijk te achterhalen, er werd over het algemeen gebruik gemaakt van een welgetemperde stemming en Chorton (a1 is 465 Hz.) of Kammerton (a1 is 440 Hz.)

2.Saksen-Anhalter orgels

  • Het fluitenkoor is divers samengesteld, gemiddeld 36% in bezetting aanwezig en klinkt lieflijk, doch iets sterker dan bij de Thüringer orgels
  • De strijkregisters zijn, met uitzondering van de Gamba 8', niet gedisponeerd
  • De orgels hebben naast een Sesquialtera een Nassat 3' opgenomen in hun dispositie, de tertsregisters klinken lichtelijk scherp
  • De tongwerken zijn beperkt aanwezig en klinken deels delicaat, deels Gravitätisch
  • De klavieren hebben een omvang van CD tot c3, het pedaal heeft een omvang van CD tot c1
  • De stemming en temperatuur is moeilijk te achterhalen, er werd gebruik gemaakt van een welgetemperde stemming en Chorton of Kammerton

3. Saksische orgels

  • Het fluitenkoor is divers samengesteld, gemiddeld 35% in bezetting aanwezig en klinkt lieflijk, doch sterker dan bij de Thüringer orgels
  • De strijkregisters zijn divers aanwezig en klinken lieflijk
  • De orgels hebben naast een Sesquialtera regelmatig een Nassat 3' opgenomen in hun dispositie; ook wordt een Cornet geplaatst, bovendien klinken de terstregisters sterk en scherp
  • De tongwerken zijn beperkt aanwezig en klinken sterk en Gravitätisch
  • Soms wordt er gebruik gemaakt van pedaaltransmissies
  • De klavieren hebben een omvang van CD tot c3, het pedaal heeft een omvang van CD tot d1
  • De stemming en temperatuur is moeilijk te achterhalen, er werd gebruik gemaakt van een welgetemperde stemming en Chorton of Kammerton

De onderzoeksresultaten laten zien dat Bach door de orgelbouw uit zijn tijd is beïnvloed maar ook dat een aantal aspecten met betrekking tot dispositie en klavier en pedaalomvang mogelijk door Bachs invloed zijn ontstaan.

Zo blijkt dat Bach aan de volgende registers waarde hechtte:

Op het manuaal: 

  • Fagott 16' (van delicaat karakter)
  • Gemshorn 8'

  • Nassat 3'

  • Schalmey 8'

  • Sesquialtera

  • Spitsflöte 4'

  • Stillgedackt 8' 

  • Vagara 4'

Op het pedaal: 

  • Posaunenbass 32'
  • Untersatz 32' 

  • Violon 8'

Nevenregisters: 

  • Cymbelstern
  • Glockenspiel 

  • Paucke

De pedaalomvang tot d1 van het Hildebrandt-orgel in Naumburg is mogelijk onder invloed van Bach ontstaan daar Hildebrandt de pedaalomvang van zijn orgels normaliter tot c1 realiseerde.