Hildebrandt-orgel St. Wenzelkirche te Naumburg

Johann Sebastian Bach werkte in 1746 wederom samen met Zacharias Hildebrandt aan een nieuw te bouwen instrument voor de Wenzelskirche te Naumburg dat geplaatst diende te worden in de voormalige kas van Thayßner. Het orgel heeft 53 registers, drie manualen en pedaal en is het grootste instrument dat Hildebrandt heeft gebouwd. Eind september 1746 keurde gedurende vier dagen 'Capellmeister aus Leipzig, Herr Bach, als ein beruffener starcker Organist...' het instrument samen met 'der in Kunst bekannte Orgelmacher, Herr Silbermann aus Freyberg,...' (Dok. II, Nr. 546). Het instrument werd, met uizondering van wat kleine details omtrent intonatie en regeerwerk, lovend besproken in een rapport aan het stadsbestuur van Naumburg. Bachs leerling en schoonzoon Johann Christoph Altnickol, die Elisabeth Juliane Friedericia Bach huwde, werd twee jaar later stadsorganist van Naumburg.

'Elk gedeelte dat in het contract is gespecificeerd en toegezegd' diende te worden geïnspecteerd, 'namelijk klavieren, balgen, windkanalen, windladen, mechaniek van de manualen en het pedaal, met de daarbij behorende onderdelen, de registers, de pijpen per stem, zowel open als gedekt, evenals de tongwerken,' aldus het Bach-rapport. Daarnaast gaf Bach aan dat 'elk onderdeel met zorg moet zijn gemaakt' en dat 'de pijpen plichtsgetrouw zijn geleverd in het omschreven materiaal' en gaf hij de tip dat de orgelmaker 'het gehele instrument nog eens naloopt, van register tot register, en waakzaam is op een volledige evenwichtigheid in zowel intonatie, klavier als registermechaniek.'