Analyse Trost-orgels

Prestantenopbouw


Eénklaviers orgels

Man.: (4') - (3') - 2'- (1½') - (Sesquialtera) - Mix.

Ped.:(8')


Tweeklaviers orgels

HW: (16') - 8' - 4' - 3' - 2' - (Sesquialtera) - Mix.

OW: 4'- (3) - 2' - (1') - (Mix.)

BW: (4') - (3') - 2' - 1' - Sesquialtera of Tertian - (Mix.)

RP: 4' - 3' - 2' - Mix.

Ped.: (16') - (8') - (6') - (4') - (Mix.)


Strijkers

Trost disponeerde op éénklaviers instrumenten geen strijkregisters. Op de tweeklaviers orgels disponeert Trost vanaf 19 stemmen een Viola di Gamba 8' op het manuaal. In Altenburg plaatst hij  eveneens een Geigen-Principal 8' en Vagarr 8' op het Oberwerk en een Violon 16' op het Pedal. In Waltershausen disponeert Trost een Viol d'Gamba 8', Unda Maris 8', Salicional 4' op het Hauptwerk, een Vagarr 8' en Geigen-Principal op het Brustwerk, een Geigen-Principal 4' op het Oberwerk en Violon-Bass 16' en Viol d'Gambenbass 8' (transmissie) op het Pedal; met deze uitgebreide strijkersbezetting is dit instrument uitzonderlijk te noemen binnen het orgeloeuvre van Trost in het algemeen en de Midden-Duitse orgelbouw uit de 18de eeuw in het bijzonder.


Fluitregisters

De fluitregisters zijn bij Trost, hetgeen vaker in de Midden-Duitse orgelbouw voorkomt, t/m 1' hoogte gedisponeerd. Hij maakt gebruik van een Bordun 8', Gemshorn 4', Liebl. Gedackt 8', Flet douce 4', Sub Bass 16',Quintadena 16', Fledouse doppelt 4', Portun 8', Rohr-Flöta 4', Flöte douce II 4', Nachthorn 4', Gemshorn 4', Flöte Dupla 8', Flöte travers 8', Wald Flöte 2', Hohl Flöte 8', Spitzflöte 4', Kleingedackt 4', Flaute traverse 16', Spitzflöte 8', Rohrflöte 8', Klein Gedackt 4', Hohlflöte 8', Gemshorn 4', Flaute II 4', Kleingedackt 4', Spiz Flöte 8', Siff Flöte 1', Subbaß 16',


Lingualen

De lingualen zijn, evenals bij diverse tijdgenoten in de Midden-Duitse orgelbouw, bij de Trost-orgels zeer beperkt aanwezig en bezetten gemiddeld 7% van de dispositie. Trosts kleinere instrumenten worden niet voorzien van een tongwerk. Opvallend is het disponeren van een Vox Humana 8' te Altenburg, Eisenberg, Naumburg (in dispositie-ontwerp) en Waltershausen. Het orgel in Waltershausen heeft relatief gezien veel tongwerken (7), waaronder een Fagott 16' op het Hauptwerk, een Hautbois 8' op het Brustwerk en een Posaunenbass 32' en 16' in het Pedal.


Aliquoten

Trost disponeert, al dan niet op alle manualen, met name een Quinta 3', éénmaal aangevuld met een Quinta 1½' op het tweede manuaal. De Nassat 3' komt ook voor; andere benamingen voor de Nasat 3' zijn Gedackt Quinte 3', Cylinder Quinte 3', Spitz Quinte 3'. Een Sesquialtera 1 3/5' of II sterk wordt door Trost in beiden hoedanigheid gedisponeerd. Een Cornet, die Silbermann en Hildebrandt regelmatig disponeren, wordt ook opgenomen in de disposities van Trost.


Mixturen

Op de orgels van Trost wordt in ieder werk een Mixtur gedisponeerd, al dan niet aangevuld met een Mixtur op het nevenklavier of pedaal. Andere mixtuurvormen, zoals Cymbel of Scharp worden niet gebruikt.


Nevenregisters

In alle orgels van Trost komt een Tremulant voor. De cymbelstern komt regelmatig voor en een Glockenspiel wordt alleen te Altenburg geplaatst.


Transmissies

Trost maakte, evenals diverse tijdgenoten uit de Midden-Duitse orgelbouw, gebruik van transmissies.


Omvang

De manuaalomvang is van C tot c3, pedaalomvang is van C tot c1 (met uitzondering bij Saara alwaar de pedaalomvang CD-c1 is).


Toonhoogte

In de orgelbouw van de 18de eeuw verschillen de toonhoogten van de orgels per regio zeer sterk, zodat zelfs de definitie van de zogenaamde Chorton en Cornettoon geen eenduidige uitkomst brengt.

De toonhoogte die Trost hanteerde zijn door middel van onderzoek naar pijpwerk in combinatie met bronnenonderzoek vastgesteld waaruit geconcludeerd kan worden dat bij de mogelijke toonhoogte vanuit twee toonhoogten uitgegaan is: de Chorton a1= 460 Hz en de Kammerton a1= 410 Hz (bij 15° C).