Contius orgel-analyse

Christoph Contius

Christoph Contius werd in 1676 geboren te Wernigrode (Wernigerode) in Saksen-Anhalt. Hij woonde vanaf 1703 in Halberstadt en werkte in 1704 aan het vervallen orgel te Grüningen uit 1595 waar hij op advies van Andreas Werckmeister het orgel naar een getempereerde stemming bracht. Deze werkzaamheden gaven hem veel lof. 2.) Het is nawijsbaar dat 7 nieuwgebouwde orgels aan hem zijn toegeschreven. In 1706 bouwde Contius een orgel in Tharschengen. In 1708 vervolgde hij zijn nieuwbouwwerkzaamheden met een éénklaviers instrument met 15 stemmen voor de St. Andreaskirche te Abbenrode. Rond datzelfde jaar bouwde Contius een tweeklaviers orgel met 32 stemmen voor de Kirche Beatæ Mariæ Virginis te Hornburg. In 1710 verhuisde Contius naar Halberstadt waar hij tot 1713 woonachtig was. Vervolgens verhuisde hij rond 1713 naar Halle en bouwde een éénklaviers orgel voor de Stieger-Kirche te Stiege (Harz). Zijn grootste werk, een drieklaviers orgel met 56 stemmen voor de Marktkirche Unser Lieben Frauen oder Marienkirche te Halle, werd in 1716 door J.S. Bach en J. Kuhnau gekeurd. In 1716 maakte Contius een dispositieontwerp voor de St. Maximikirche te Merseburg. Daarnaast bouwde hij tussen 1718 en 1721 nieuwe instrumenten voor de St. Georgenkirche te Halle (Saale), de St. Georgenkirche te Glaucha en de Kirche St. Peter und Paul te Halberstadt. Naast deze werkzaamheden werkte Contius aan renovaties, restauraties en uitbreidingen van diverse orgels.

Het orgel in de St. Andreaskirche te Abbenrode is het enige instrument dat volledig bewaard is gebleven. Van de instrumenten te Hornburg en Halle is alleen de orgelkas overgeleverd. Heinrich Andreas, zoon van Contius en eveneens orgelbouwer, emigreerde in 1762 naar Estland waar hij zich heeft ontwikkelt tot een zeer vooraanstaand orgelbouwer. Christoph Contius stierf op 8 november 1722 te Halle.


Van het totale orgelwerk van Christoph Contius is nauwelijks iets overgeleverd. Het maken van een analyse is gebaseerd op twee disposities (Halle en Abbenrode) waardoor  vermoedelijk een afwijkend resultaat te zien is.

 

Abbenrode, St. Andreaskirche - Contius-orgel


Historische gegevens


Bouwer

Christoph Contius


Jaar van oplevering

1708


1708 nieuwbouw I/P/15 door C. Contius

18de en 19de eeuw diverse renovaties en veranderingen

±1960 rapport van H.J. Schuke waarin slechte staat van het instrument, o.a. door houtworm en nalatig onderhoud, wordt aangegeven

1975 restauratie door A. Schuke naar situatie 1708


Technische gegevens


Werkindeling

Manual, Pedal


Dispositie


Manual

9 stemmen


Gedact 8'

Quinta Tön 8'

Principal 4'

Flöte Douce 4'

Quinta 3'

Octava 2'

Tertia 1 3/5'

Mixtur IV

Trompet 8'


Pedal

6 stemmen


Sub Bass 16'

Octav Bass 8'

Waldflöte ½'

Posaune 16'

Trompet Bass 8'

Cornett Bass 2'


Speelhulpen

Tremulant

Cymbelstern



Toonhoogte


a1 = 454 Hz



Temperatuur


onevenredig zwevend



Manuaalomvang


CD-c3



Pedaalomvang


CD-d1



Winddruk


80 mm


Samenvatting analyse



Dispositie


Prestantenopbouw


Bij éénklaviers orgel

Man. 4'- 3'- 2'- 1 3/5'- Mix.

Ped. 8'


Bij tweeklaviers orgel

HW: 16'- 8'- 6'- 4'- 3'- 2'- 1 3/5'- Mix.- Cym.

OW: 8'- 4'- 3'- 2 3/5'- Mix.- Cym.

BW: 4'- 3'- 2'- 1 3/5'- Mix.- Cym.

Ped.: 16'- 8'- 6'- 4'- 3'- 2'- Mix.- Cym.


Fluitregisters

Per orgel is gemiddeld 36% aan fluitregisters gedisponeerd. Naast de traditionele Quintatön 16' en 8' wordt gebruikgemaakt van een Untersatz 32', Bordun 16', Subbas 16', Gedackt 8', Gemshorn 8', Rohrflöte 8', Blockflöte 4', Flöte Douce 4', Gemshoorn 4', Nachthorn 4', Querflöte 4', Spitzflöte 4', Sifflöt 2', Spitzflöte 2', Waldflöte 2', Spitzflöte 1', Waldflöte 1' en Waldflöte ½'. Uitzonderlijk is het pedaalregister Waldflöte ½' te Abbenrode.


Strijkregisters

Contius disponeerde in Halle op het Oberwerk een Viola di Gamba 8', een strijkregister dat in de late barokperiode in Zuid en Midden-Duitsland regelmatig werd gedisponeerd. Hij plaatst geen strijkers in het pedaal. In Abbenrode zijn geen strijkregisters gedisponeerd.


Lingualen

De lingualen zijn zeer beperkt aanwezig en bezetten gemiddeld 2% van de dispositie. In Abbenrode is de enige linguaal, Posaune 16', gedisponeerd in het pedaal. In Halle zijn de lingualen merendeels op het pedaal geplaatst.


Aliquoten

Contius heeft in het orgel te Abbenrode alleen een Quinta 3' gedisponeerd. Daarnaast heeft hij een Tertia 13/5' geplaatst zodat er een Sesquialtera is samen te stellen. In Halle heeft Contius in het Hauptwerk een Quinta 6' en 3' gedisponeerd, op de overige manualen plaatst hij alleen een Quinta 3', disponeert hij een Nassat 3' op het Brustwerk en het Pedal wordt voorzien van een Quinta 6' en 3'. De Quinta 1½' is bij Contius niet opgenomen in zijn orgels. In alle Contius-orgels is op de manualen een Terts 1 3/5' geplaatst, zodat er een Sesquialtera is samen te stellen. Een Cornett wordt niet opgenomen in de orgels van Contius.


Mixturen

Op het éénklaviers orgel te Abbenrode disponeert Contius alleen een Mixtur IV. In Halle komt op alle drie manualen en pedaal een Mixtur en Cymbel voor. Contius plaatst geen Scharff. De Mixtur is van IV t/m VII sterk samengesteld, de Cymbel van II t/m IV sterk.


Speelhulpen

De Tremulant komt in beide Contius-orgels voor.

In Abbenrode komt een Cymbelstern op het instrument voor, daarentegen worden in Halle twee sterren en een Laufende Sonne op het Oberwerk geplaatst en beschikt het orgel over een Vogelgesang.

Bij Christoph Wolff & Markus Zepf, Die Orgeln J.S. Bachs staat aangegeven dat er in Halle een Tremulant op het Brustwerk is geplaatst. In de Bach-Dokumente is sprake van twee Tremulanten: '2 Tremulanten, ...' welke door Contius nog niet geplaatst zouden zijn.


Koppels

In Abbenrode is geen sprake van een koppel, desondanks is het aannemelijk dat er een koppel is geplaatst van Manual naar Pedal. In de dispositie welke door Adlung is overgeleverd is geen koppel opgenomen; in het keuringsrapport van Kuhnau, Bach en Rolle is echter een Copul opgenomen, '...nehmlich die Copul'1 welke door Contius nog niet geplaatst zou zijn.


Transmissies

Contius maakte geen gebruik van transmissies.


Klavieromvang

De manuaalomvang is bij beide Contius-orgels CD- t/m c3, de pedaalomvang te Abbenrode is CD t/m d3 en wijkt daarmee af van de gebruikelijke Midden-Duitse traditie CD t/m c1, welke in Halle is toegepast.


Werkindeling

In Abbenrode bestaat het orgel uit Manual en Pedal, het drieklaviers orgel in Halle bestaat uit Hauptwerk, Oberwerk, Brustwerk en Pedal.